Contact opnemen?

In 1996 ben ik voor het eerst met SAMEN weggeweest. Ik was 17 jaar en ging voor drie maanden naar India. Dat ik nog maar 17 was, was geen probleem voor Harrie en hij heeft geregeld dat ik naar een project mocht. Het project waar ik verbleef was een soort internaat waar kinderen verbleven die verlamd waren en straatkinderen. Overdag waren de kinderen naar school en als ze terugkwamen was er een strak programma dat bestond uit huiswerk maken, sporten en eten. Ik kon hier niet veel betekenen en ben al snel naar een nabijgelegen project voor straatkinderen gegaan. 

Een aantal jaar later, in 2000, ben ik voor 7,5 maand terug gegaan naar dit project om mijn afstudeeronderzoek voor Culturele Antropologie te doen. Op dat moment zette het project zich ook in om werkende kinderen in een industriegebied in de buurt. In zo’n gebied zijn allemaal kleine shops waar verschillend werk wordt gedaan. In het gebied bij dit project werkten ongeveer 6000 kinderen in de leeftijd 6 tot 16 jaar. Destijds begon de denkwijze te veranderen over kinderarbeid. Mensen gingen inzien dat kinderarbeid slecht was en de medewerkers van het project gingen het gebied in om ouders en shop-eigenaren bewust te maken van de omstandigheden en consequenties voor de werkende kinderen.

Aan mij werd gevraagd wat de mogelijkheden waren om een children union, kinder vakbond, op te richten. Het idee hierachter was om de kinderen te verenigen en ervaringen uit te wisselen. Door middel van deze vakbond konden ze ook eisen gaan stellen en zelf kijken hoe ze hun eigen werk- en leefomstandigheden konden verbeteren. De kinderen speelden hier zelf een grote rol in. Ik heb interviews gehouden met de kinderen om hun ideeën te horen. Ook ging ik kijken in andere dorpen hoe de kinder vakbonden daar waren en heb in kaart gebracht wat het beste toepasbaar zou zijn in de omgeving van het project. De vakbond is gerealiseerd en ik kreeg heel veel goede en positieve berichten van betrokkenen, maar vooral ook van kinderen. Daar ben ik echt heel trots op!

Het afstuderen op een Don Bosco project was in een woord fantastisch. Al was de weg ernaar toe erg spannend. Ik studeerde aan de Universiteit van Utrecht en mijn docenten waren niet bekend met Azië. Hierdoor kon niemand mij helpen met mijn vragen. Uiteindelijk was er één docent die akkoord ging en mij wilde helpen. 

Voor mijn vertrek was ik helemaal niet zo bekend met kinderarbeid. Gedurende mijn afstudeerproject ben ik me heel bewust geworden van wat het inhoudt om kinderarbeider of straatkind te zijn. Ook wordt je je heel bewust van je eigen denkwijze en ideeën. Zo dacht ik bijvoorbeeld voor mijn afstuderen dat werkgevers de kinderen uitbuiten, maar gedurende het onderzoek heb ik met werkgevers gesproken die oprecht het idee hadden dat ze goed deden om de kinderen werk te geven. Die kant had ik zelf niet bedacht en zo krijg je een andere kijk op bepaalde dingen. Daarnaast heb ik geleerd om zelf wat rustiger aan te doen. Ik wilde altijd alles tot in de puntjes geregeld hebben, was heel perfectionistisch en vond het moeilijk om dingen uit handen te geven. Gedurende mijn reis heb ik dus geleerd om dingen vanuit meerdere perspectieven te bekijken en om het wat meer los te laten.

Wat ik mee zou willen geven aan andere die hun afstudeerproject op een project willen of gaan doen, is dat je goed in gesprek moet gaan met de verantwoordelijke, vaak een father, van het project. Zij weten vaak waar de behoefte het grootste is en kunnen je het beste helpen. Daarnaast is het moeilijk als stagiair de risico’s in te schatten, maar ook daarbij kan de father je helpen. 

SAMEN bestaat dit jaar 35 jaar, ter ere van dit jubileum hebben we verhalen verzameld van mensen die een bijzondere band hebben met SAMEN. Daarnaast komen we op 6 oktober samen in Assel om dit te vieren, ben je er bij?